For You Everyone

We leven in 2018! We delen appartementen, auto’s, bureaus en foto’s van elke maaltijd. Sadie Stein vertelt ons haar verhaal over de persoonlijke valkuilen die ze ondervond bij de daad van het delen.


Tekst: Sadie Stein

Illustraties: Santtu Mustonen en Ben Anders

Een abstracte illustratie die doet denken aan rafelige stof in verschillende kleuren.

Rond mijn 25ste begon ik mijn broeken weg te geven - althans dat is de eerste keer dat ik het mij kan herinneren. Ik kom uit een gezin waar we dingen weggaven - ik had altijd begrepen dat dit de valuta van emotie was - maar de broekenfase was wel heel specifiek en werd, zelfs binnen ons gezin, toch als merkwaardig beschouwd.

Ik werkte toentertijd in een klein boetiekje. Het boetiekje verkocht broeken, maar dat waren niet de broeken die ik weggaf, want ik was een gewetensvolle en eerlijke werknemer. Het was een heel leuke baan. De verwachtingen waren duidelijk, het kleine universum was geordend, en er was interactie mogelijk met mensen op een beperkte en aangename manier die ons in staat stelde om het beste van onszelf te geven. Ik had sterke gevoelens over mijn klanten, meestal jonge moeders of vrouwen van rond mijn eigen leeftijd. Sommige mensen waren irritant, en zelfs een beetje akelig (ik denk in het bijzonder aan een zekere Deborah die schoenen met bloedsporen probeerde terug te brengen), maar dat zorgde ook voor een beetje spanning.

De eerste ontvanger van een mijn broeken was een jonge vrouw genaamd Rowan. Haar naam heb ik voornamelijk onthouden omdat ik hem nooit echt bij haar vond passen. Ze kwam regelmatig in de winkel, maar kocht zelden iets; ze gaf les aan de lagere school in de buurt en was misschien wel verlegen, maar ze gaf een hooghartige en neerbuigende indruk en wekte een duistere minachting bij mij op.

Op die betreffende dag was ik alleen in de winkel en droeg ik mijn favoriete broek, van groen polyester, met brede pijpen en zeer hoge taille. Ik had de broek een paar jaar daarvoor gevonden in een Chicago Salvation Army-winkel.

“Wat een leuke broek heb jij!", zei Rowan. “Waar heb je die gekocht?”

Ik kan niet goed uitleggen wat me toen overkwam. Ik kan alleen zeggen dat het puur was: een golf van gulheid die zo onweerstaanbaar, zo overweldigend was, dat ik me nadien zowel heerlijk als uitgeput voelde, als een medium na een séance.

“Neem de broek!”, zei ik. “Neem de broek!” Ik nam een spijkerbroek van de stapel die ik eerder had gevouwen en liep een van de kleedkamers met gordijn binnen, mijn handen bevend van opwinding. Ik deed de broek uit en het voelde fantastisch. Ik trok de nieuwe spijkerbroek aan (die niet meer dan acceptabel was) en ik opende het gordijn en gooide de broek in haar handen, blozend en opgelucht.

Ze paste de broek en, zoals ik had verwacht, paste de broek haar perfect. Ze glunderde met dat speciale geheime gevoel dat alleen iemand kan begrijpen die ooit zelf een perfect passende broek aan heeft getrokken. “Weet je het zeker?", vroeg ze telkens opnieuw, zelfs toen ze rondjes draaide en zichzelf in de spiegel bewonderde. “Echt?” En ik zei ja, natuurlijk wist ik het zeker, ze moest de broek nemen, de broek paste als gegoten, het was het lot, ik droeg hem toch nooit, ze moest er zich echt niet schuldig over voelen. Ze verliet de winkel verbijsterd en misschien wist ze, net zoals ik, dat het machtsevenwicht enorm was verschoven.

Kort daarna maakte ik kennis met de voormalige vriendin van mijn vriendje. Ze was heel succesvol en mooi, en ze waren een aantal intense en vormende jaren een koppel geweest. Ik voelde me in een nadelige positie en zodra ik de kans kreeg, drukte ik een broek in haar handen. Of eigenlijk wel drie.

Video player requires JavaScript enabled. You can download this video here: /content/dam/hmicom/page_assets/stories/why_magazine/for_you_everyone/fv_why_for_you_everyone.mp4

Daarna was er geen weg meer terug. Het was als een vreemd soort drug waar ik alleen van wist. Ik gaf ook andere dingen weg - jurken, jassen, schoenen - maar het gevoel dat ik kreeg was om één of andere reden niet zo puur met andere kledingstukken. Ik vroeg me af waarom dat zo was, en stelde vast dat het een groter gebaar was omdat mensen niet zoveel broeken hebben als andere kledingstukken. Daar komt ook bij kijken dat het een hele uitdaging is om een broek te vinden die past, wat zowel de gulheid van het geschenk als de opoffering benadrukt. Daarnaast is er ook de intimiteit wanneer je iemand anders kleedt in een kledingstuk dat je eigen lichaam zo nauw heeft omhuld; een beetje zoals haar met jouw huid bekleden.

Ik heb nooit mensen een broek gegeven die hen niet paste. Ik werd niet gedreven door de kleinzielige ijdelheid om maten te vergelijken. Nee: omdat ik een paar jaar in retail had gewerkt, kon ik de vorm van een vrouw goed inschatten en ik bood haar alleen die broek aan waarvan ik wist dat ze haar niet alleen zou passen, maar zou flatteren.

Ik gaf een broek aan elke vrouw die mijn drempel overstapte. Als ik in tweedehandswinkels was, liet ik opvallend goede broeken niet liggen: voor het geval dat ik er op zekere dag een ontvanger voor zou vinden. Ik hield van het idee dat mijn broeken verspreid over de stad en het land waren, als een soort vloot van spionnen. Ik vroeg me af hoeveel keer per week de eigenaars van de broeken aan mij dachten. Men vond mij heel gul, omdat ik voortdurend broeken weggaf.

Of ik er spijt van heb gehad dat ik al mijn broeken heb weggegeven? Net zoals de meeste mooie dingen in het leven was het niet altijd gemakkelijk. Ik dacht vaak aan mijn favoriete groene broek, en soms leek die broek het antwoord op al mijn problemen, zoals afwezige dingen wel vaker doen. Maar ik vertelde mezelf dat de broek beter werk verrichtte bij de nieuwe eigenaar.

Mijn vriendje vond het niet leuk. Hij was verontrust toen ik kleren weggaf die ik leuk vond en droeg; hij dacht dat het dwangmatig was. Op de dag dat ik een favoriete geruite broek aan een vrouw gaf die ik in de metro had leren kennen, hadden mijn vriendje en ik verschrikkelijke ruzie. En we gingen niet lang daarna uit elkaar.

Toen ik niet meer in de boetiek maar op een kantoor ging werken, werd het moeilijker om al mijn broeken weg te geven. Ik beschikte uiteraard niet meer meteen over iets om voor in de plaats te dragen. Bovendien had ik binnen twee weken aan alle vrouwen met wie ik werkte al een broek gegeven.

Ik herinner me de dag waarop de broeken hun macht verloren. De vrouw in kwestie was een romantische rivale. Zo zag ik haar in ieder geval. Kort nadat ze bij mijn appartement was aangekomen, haalde ik een zwarte broek van zijdetwill boven - een grote aankoop die ik had gedaan toen ik mijn nieuwe grotemensenbaan kreeg. Maar zelfs al toen ik het deed, zelfs al toen ze de broek aantrok en even ronddraaide, kreeg ik niet het gewoonlijke opwindende gevoel. Met andere woorden, ik was niet gemotiveerd door gulheid, zelfs niet die gestoorde controlerende gulheid van de Griekse goden: ik wou niet dat ze de broek droeg voor de man waar ik van hield.

Ik had onmiddellijk spijt dat ik die zwarte broek had weggegeven. De broek was echt duur geweest en ik droeg hem ook vaak. De broek paste me niet alleen als gegoten, maar flatteerde ook; en zoals ik zo vaak tegen anderen had gezegd, was echt gemaakt voor mij. Later organiseerde ik een volgende ontmoeting, puur en alleen om de broek terug te krijgen. Ik kwam er echter achter dat zij zelf de broek al had weggegeven. Mijn vloot van spionnen bestond in feite uit broekhuurlingen. Was mijn macht altijd zo beperkt geweest?

Op een dag, een aantal jaren later, zat ik in een café in hetzelfde huizenblok waar mijn, inmiddels gesloten, boetiek ooit was. En niemand minder dan Rowan kwam binnen, in dezelfde groene broek waar het allemaal mee begonnen was. Ik vond het niet mooi wat ze ermee had gedaan. Ze had de broek omzoomd zodat ze de broek met sneakers kon dragen en nu was de verhouding helemaal uit evenwicht en de lijn was zeer onflatteus. Desondanks glimlachte ik en liep naar haar toe en zei: “Leuke broek!”

Ze zei: “Bedankt.” En daarna: “Kennen we elkaar?”

Voor het vieren van de lancering van Cosm, onze nieuwe werkstoel voor optimale prestaties, ontwikkeld door Studio 7.5 op de Salone 2018, vroegen we één van onze favoriete schrijfsters, Sadie Stein, om te filosoferen over de daad van delen. Cosm is de perfecte gedeelde stoel, een stoel die onmiddellijk reageert op uw lichaam, ongeacht wie u bent, wat u doet - of wiens broek u draagt.