Geleerde les

In een onlangs herstelde reeks interviews blikt de voormalig curator van de afdeling Design van het Walker Art Center, Mickey Friedman terug op de onvergetelijke “Sample Lesson” van George Nelson, Charles Eames en Alexander Girard.


Tekst: Amber Bravo

WHY Magazine - Lesson Learned

© 2013 Eames Office LLC ( eamesoffice.com)

In het voorjaar van 1952 namen George Nelson, Charles Eames en Alexander Girard een collegezaal over in UCLA’s scheikundefaculteit om het tweede deel te geven van een college dat losjes was gebaseerd op het thema “kunst als vorm van communicatie.” De “Sample Lesson”, zoals het tegenwoordig beter bekend is (Nelson noemde het “Art X”, Eames noemde het “Een ruwe schets van een Sample Lesson voor een hypothetisch vak”), evolueerde uit een voorgesteld kunstonderwijsbeleid dat Nelson was gestart aan de University of Georgia in Athens in opdracht van Lamar Dodd, voorzitter van de afdeling voor de schone kunsten.

Het programma aan de universiteit van Georgia was, zoals de meeste kunstcurricula in die tijd, opgebouwd in de klassieke traditie: theoriecursussen, colleges over tekenen en schilderen, ontwerp, handvaardigheidslessen voor weven, schilderkunst en keramiek. Nelson zag dat, hoewel dit soort lessen duidelijk van waarde waren, de opleiding niet altijd aansloot bij de realiteiten van zijn studenten, van wie velen de kunststudie kozen uit hartstocht of nieuwsgierigheid - en niet als een professionele opleiding. In “Art X = The Georgia Experiment”, een essay dat Nelson in 1954 schreef voor het tijdschrift Industrial Design en later opnieuw publiceerde in zijn boek Problems of Design, vraagt Nelson zich af: “Heeft het zin om een meisje dat later huisvrouw wil worden vier jaar te laten doen alsof ze carrière wil maken als beeldhouwer of schilder? Misschien wel, maar is het echte probleem niet om begrip en creatief vermogen te vergroten zodat die kwaliteiten in elke situatie gebruikt kunnen worden? En als dit het echte probleem zou zijn, hoe zou een school dit dan kunnen oplossen? Is intensieve opleiding in tekenen en modelvorming de beste manier? Of wordt deze methode simpelweg gebruikt omdat dit altijd zo werd gedaan op de kunstschool?”

© 2013 Eames Office LLC (eamesoffice.com)

© 2013 Eames Office LLC (eamesoffice.com)

Zo gedateerd als zijn huisvrouwvoorbeeld ook mag aandoen, Nelsons motivering over het ontwikkelen van een universeel toepasbaar en aanpasbaar kunstcurriculum - één die de essentie vangt van lescreativiteit, zonder onnodige uren door te brengen in een studio - was dat niet. Hij pleitte ervoor dat het gebruik van technische hulpmiddelen zoals dia's, film en audio de leerervaring zou versnellen en versterken. “Het was volledig duidelijk dat er veel tijd werd verspild door methoden die oorspronkelijk voor andere doeleinden zijn ontwikkeld,” legt hij uit. “Een klas volgde bijvoorbeeld een oefening van twee weken die aantoonde dat een gegeven kleur niet een vaste hoeveelheid voor het oog is, maar lijkt te veranderen volgens de kleuren eromheen. In een natuurkundeles zou zo'n punt met een simpel apparaat in slechts vijf minuten zijn gemaakt en net zo effectief.”

De faculteit reageerde positief op Nelsons ideeën en hij werd uitgenodigd om een kleine adviescomissie samen te stellen en terug te komen met een meer concreet voorstel. Hij rekruteerde Charles Eames om een andere presentatie te maken waarin de oorspronkelijke lijn van denken verder werd verfijnd en uitgebreid. Op dat moment werden hun progressieve ideeën echter vijandig en met verwarring ontvangen. De faculteit voelde zich bedreigd door het idee te worden vervangen door machines en dat prestaties kwantificeerbaar geëvalueerd konden worden. “Die nacht sprak ik met Eames over de ophef die was ontstaan door wat wij onschadelijke voorstellen vonden,” herinnert Nelson zich. “Het was ons gevoel dat het belangrijkste wat we aan studenten wilden communiceren een bewustzijn van relaties was.” Daarom besloten ze de daad bij het woord te voegen en het goede voorbeeld te geven: Ze zouden een ‘sample lesson’ (proefles) maken. Ze rekruteerden Girard bij het team en begonnen hun curriculum te maken.

Het werd meer een multimediaal feest dan een college, want het team gebruikte film, dia's, geluid, muziek, verhalen - zelfs geuren - om hun onderwerp toe te lichten. Volgens Charles had The Eames Office al gewerkt aan hun film A Communications Primer, waaruit ze verschillende scènes hadden geleend en die het onderwerp van de Sample Lesson voor een groot deel bepaalde. (Nelson bevestigt dit verhaal niet.) Toen de groep samenkwam om hun college te presenteren, herinnert Nelson zich, “was het alsof we weken en maanden in dezelfde ruimte zaten omdat alles paste. Zelfs toespelingen die [Eames] zou maken, zouden passen bij toespelingen die we zouden maken. Het was een uitzonderlijk moment.” Nelson schetst in zijn essay uit 1954 een levendig portret van hoe de les verliep:

Er komt een dia op het scherm met een stilleven van Picasso. Een stem van een verteller vertelt welk schilderij het is, en voegt eraan toe dat het een schilderij is dat bekend staat als ‘abstract’, wat klopt in de zin zoals het woordenboek dat vermeldt, aangezien de schilder zelf een keuze heeft gemaakt uit de gegevens die hij had en het zo heeft samengesteld als hij wilde. De volgende dia toont een sectie van Londen. De droge stem vertelt dat dit ook een abstractie is, aangezien van alle mogelijke gegevens over dit gebied, alleen het straatpatroon is geselecteerd... De camera zoomt in op de kaarten totdat er slechts een paar heldere kleurvlakken worden getoond... daarna een overgang naar een vergezicht van de Notre Dame, gevolgd door een serie die dichter en dichterbij komt. De verteller noemt de kathedraal als abstractie - het resultaat van een filterproces… De voorstelling met één dia wordt een projectie met drie dia's… Orgelmuziek start wanneer de versteller stopt. De binnenzijde wordt een close-up van een glas-in-loodraam. Wierook drijft de zaal in. De hele ruimte wordt opgeslokt door geluid, ruimte en kleur.

Lesson Learned

© 2013 Eames Office LLC ( eamesoffice.com)

De Sample Lesson werd zes dagen achtereenvolgens gegeven op UCLA, na zijn première in Georgia, en bij de derde show bereikte de collegezaal bij UCLA zijn volledige capaciteit en moest het publiek in de gangpaden staan. Er waren zelfs bezoekers die meer dan eens kwamen. Een van deze bezoekers was een jonge student, genaamd Mildred “Mickey” Friedman. Friedman zou later de curator van de afdeling Design worden bij The Walker Art Center, van 1972 tot 1979. In 1974 startte ze het onderzoek naar een nieuwe tentoonstelling, genaamd Nelson/Eames/Girard/Propst: The Design Process at Herman Miller (1975). In een recent telefonisch interview vanuit haar huis in New York herinnert Friedman zich haar beweegredenen voor het opzetten van de show. “Ik kende het werk van al die mensen erg goed, zelfs al woonden ze op dat moment niet in Los Angeles, en ik was een enorme fan van het bedrijf Herman Miller,” zegt ze. “Bij het Walker Art Center probeerden we via de afdeling Design altijd om nieuwe ideeën over te brengen op de mensen, en één van de manieren om dat te doen was via tentoonstellingen, en ze hadden een heleboel heel mooie materialen gemaakt, mooie meubels - en andere schitterende ideeën over tentoonstellingen zelf - dus voor mij was het een ideale match.”

Voor haar onderzoek reisde Friedman het hele land door om elke ontwerper te interviewen over hun geschiedenis met het bedrijf en met elkaar. Op dat moment hadden Nelson, Eames en Girard geen contact meer met elkaar en de tentoonstelling diende als een coda voor de decennia aan arbeid die ze sinds de jaren 50 in Herman Miller gestopt hadden; het was ook een knipoog naar de koers die Robert Propst het bedrijf gedurende de volgende drie decennia zou sturen. “Ze hadden natuurlijk erg uiteenlopende persoonlijkheden,” aldus Friedman. “Charles was van de heren het meest elegant, maar ze waren allemaal interessant en zorgvuldig, en ik denk dat ze allemaal erg blij waren om bij Herman Miller betrokken te zijn, omdat Herman Miller ze nieuwe ideeën liet ontwikkelen, wat precies is wat ze wilden doen.”

“Bij het Walker Art Center probeerden we via de afdeling Design altijd om nieuwe ideeën over te brengen op de mensen, en één van de manieren om dat te doen was via tentoonstellingen, en ze hadden een heleboel heel mooie materialen gemaakt, mooie meubels - en andere schitterende ideeën over tentoonstellingen zelf - dus voor mij was het een ideale match”.

- Mickey Friedman

Nelson/Eames/Girard/Propst: The Design Process at Herman Miller (1975)

Nelson/Eames/Girard/Propst: The Design Process at Herman Miller (1975)

Nelson/Eames/Girard/Propst: The Design Process at Herman Miller (1975)

Nelson/Eames/Girard/Propst: The Design Process at Herman Miller (1975)

In haar interviews, die we onlangs hebben schoongemaakt en hersteld vanuit de originele tapes, vroeg Friedman elke ontwerper om haar te vertellen wat ze zich kunnen herinneren over The Sample Lesson, die 20 jaar eerder een onuitwisbare indruk op haar had gemaakt. “Als een van de gelukkige studenten die het mocht ervaren, ben ik me er steeds meer van bewust dat de ‘sample lesson’ een beleving was in grootschalige beelden en geluiden die zijn tijd ver vooruit was,” vertelt ze in haar voorwoord van de tentoonstellingscatalogus. “Een oprechte poging om de kunsteducatie te verbreden, waarbij de les aantoonde hoe goed gekozen beelden en geluiden kunnen compenseren voor wat Eames nog steeds ‘vitaminetekorten’ van studenten noemt.”

Maar de ‘sample lesson’ diende ook als een van de vroegste samenwerkingen voor Nelson, Eames en Girard voorbij hun domein van het meubelontwerp. Hoewel hun herinneringen verschillen - en elkaar soms zelfs tegenspreken (volgens Charles vormen de interviews een verzameling tegenstrijdigheden) - blijft er een waarheid overeind staan: de Sample Lesson leerde elke ontwerper iets over de unieke potentie in hun creatieve passie, en vandaag de dag, ondanks koppige en onwelwillende instituten of een publiek dat er niet klaar voor is, blijft het eindresultaat van wat ze hebben gecreëerd voortbestaan. Zoals Nelson concludeert in zijn essay over het Georgia Experiment, “Art X benoemde alles in een industriële taal omdat de industrie ons meer en betere manieren heeft gegeven om dingen te zeggen dan ooit tevoren. De afbeeldingen die op meerdere schermen werden weergegeven, waren gemaakt door machines, ontwikkeld door machines en geprojecteerd door machines. De stemmen, muziek en geluiden werden elektronisch opgenomen, versterkt en afgespeeld. Maar het waren de mensen die de woorden uitspraken, de muziek schreven en de eindconclusie trokken. Daarom hoeven we niet bang te zijn voor onze gereedschappen - ook niet in opleidingen. De docent wordt misschien minder zichtbaar in het nieuwe leslokaal, maar hij zal niet verdwijnen.”

“De afbeeldingen die op meerdere schermen werden weergegeven, waren gemaakt door machines, ontwikkeld door machines en geprojecteerd door machines. De stemmen, muziek en geluiden werden elektronisch opgenomen, versterkt en afgespeeld. Maar het waren de mensen die de woorden uitspraken, de muziek schreven en de eindconclusie trokken”.

- George Nelson

Nelson/Eames/Girard/Propst: The Design Process at Herman Miller (1975)

Nelson/Eames/Girard/Propst: The Design Process at Herman Miller (1975)