Producten van Ward Bennett

Ward Bennett heeft een opmerkelijk verhaal. Zijn carrière begon op zijn 13e, toen hij zijn school achter zich liet om te gaan werken in het kledingsdistrict in New York City. Op zijn 15e ontwierp hij zijn eerste kledingcollectie; met 16 ging hij naar Europa, waar hij in de mode-industrie bleef werken.


Toen hij in Europa was, bezocht hij kunstscholen in Florence en Parijs, hoewel hij grotendeels autodidact was en zich bekwaamde in het illustreren, beeldhouwen en het maken van juwelen en het ontwerpen van meubels, interieurs en huizen. “Ik leer van mensen,” heeft hij ooit gezegd, waarbij hij verwees naar een lange lijn van invloeden, waaronder Hattie Carnegie, Hans Hoffman en Georgia O’Keeffe.

Bennett vestigde zich uiteindelijk weer in New York, waar zijn reputatie hem enkele van de meest welvarende cliënten uit die tijd opleverde: David Rockefeller en Chase Manhattan Bank, Tiffany & Co., Sasaki, de Italiaanse industrieel Gianni Agnelli, Rolling Stone-oprichter Jann Wenner. Een andere opdrachtgever – voormalig president Lyndon Baines Johnson – vroeg Bennett om een stoel te ontwerpen voor zijn presidentiële bibliotheek, die “een kruising tussen een barkruk en een stoel uit een rechtszaal met een klein Western-zadel” moest zijn.

Eenvoud en comfort waren altijd zijn doelen en Bennett zegt dat hij veel heeft geleerd over ondersteuning voor de rug, het belang van stoelleuningen en het ontwerpen van de juiste ‘helling’ door zijn samenwerking met de arts die de slechte rug van John F. Kennedy heeft behandeld.

Bennett heeft inderdaad meer dan 150 stoelen ontworpen, waarvan vele klassiekers zijn geworden, zoals de Landmark-stoel, die in 1993 opnieuw door Geiger is geïntroduceerd. (Bennett begon zijn samenwerking met Geiger in 1987, na zijn samenwerking met Brickel Associates.)

“Ik leer van mensen.”

- Ward Bennett

Bennett, die in 2003 overleed, wordt gezien als de eerste Amerikaan die industriële materialen gebruikte voor woninginrichting, lang voordat de hightech look van de jaren 70 populair werd. Hij is door het American Institute of Architects bejubeld voor het “transformeren van industriële apparatuur in sublieme objecten.”

“Er was niets overbodigs aan Wards ontwerpen, niets extra,” zegt Tim deFiebre, Bennetts voormalige assistent en bewaarder van zijn erfenis. “Ze werden altijd uitgekleed tot enkel het noodzakelijke, en dat is waar zijn werk om draait.”

Veel van Bennetts ontwerpen vormen onderdeel van de permanente collectie van het Museum of Modern Art en het Cooper-Hewitt National Design Museum; hij staat ook in de Hall of Fame van het tijdschrift Interior Design.

“Het geeft denk ik wel aan hoe goed het werk van Ward was, dat een product van 40 jaar oud – de H frame-opslag – Best of NeoCon Gold won in 2004,” aldus deFiebre. “Als ik presentaties geef over design, zeg ik altijd dat producten populair en vergeten kunnen worden, afhankelijk van de modegrillen, maar een goed ontwerp blijft altijd goed.”